België in oorlog / Gebeurtenissen

De eerste zending van de ontsnappingslijn verlaat Brussel.

Thema - Verzet

Auteur : Colignon Alain (Instelling : CegeSoma)

De eerste zending van de ontsnappingslijn, die in de lente van 1941 was opgericht door Andrée de Jongh ("Petit Cyclone") en radiotechnicien Arnold Deppe, verlaat die dag Brussel met ontsnapte Britse militairen. De groep wordt in Anglet nabij Bayonne opgevangen door een Belgisch koppel, de De Greefs. Vanaf daar trekt de ‘vracht’ de Pyreneeën in en wordt ze in San Sebastian opgevangen. Hierna reist ze verder naar Bilbao en het daar gevestigde Britse consulaat. De ‘groep Dédée’ of de ‘Komeetlijn’ is zo goed als de enige ontsnappingslijn van België die in Spanje over een volledige infrastructuur beschikt, geschikt voor het smokkelen van burgers of geallieerde soldaten die Groot-Brittannië trachten te bereiken. De organisatie verantwoordelijk voor deze missie zal uiteindelijk een tweeduizendtal medewerkers tellen waaronder een opmerkelijk groot aantal vrouwen die een belangrijke rol zullen spelen, vaak als begeleiders, met een relatieve oververtegenwoordiging van leden van de aristocratie. Tussen augustus 1941 en juni 1944 zal ‘Comète’ in totaal ongeveer 700 geallieerde militairen helpen waaronder 288 piloten die het volledige traject van België tot Spanje zullen afleggen. Zelf zal Andrée de Jongh tot aan haar arrestatie in januari 1943 35 keer de Pyreneeën oversteken. De verliezen zijn niettemin zwaar: niet minder dan 800 van de tweeduizendtal leden worden gearresteerd en 155 zullen het leven laten, waaronder ook de vader van Andrée de Jonghe.